-
Taal
-
Spelling
-
Rekenen
-
Technisch lezen
-
Begrijpend lezen
-
Wereldoriëntatie
-
Beweging
-
Digitale vaardigheden
-
Creatief
Werkwoordspelling verleden tijd sterke werkwoorden
Korte uitleg en toelichting op het doel
In deze les leer je andere-klank werkwoorden (= sterke werkwoorden) in de verleden tijd correct schrijven.
Succescriteria
Ik kan andere-klank werkwoorden (sterke werkwoorden) in de verleden tijd correct schrijven.
Instructie
De vervoegingen van andere-klank werkwoorden moet je uit je hoofd leren.
De ik-vorm en de hij-vorm zijn hetzelfde.
Tips:
– Werkwoorden met een voorvoegsel schrijf je hetzelfde als het werkwoord zonder voorvoegsel. Dus kopen => ik kocht en verkopen => ik verkocht.
– Je weet of een werkwoord in de ik-vorm en hij-vorm op een d of t eindigt door te kijken wat de wij-vorm is. Wij vonden, dus ik vond. Wij floten, dus ik floot.
– Het is ik/hij floot en wij floten. De ik-vorm en hij-vorm schrijf je met twee o’s. De wij-vorm schrijf je met één o. Je doet dit vanwege de uitspraak.
– Werkwoorden zoals schrijven en kiezen hebben in de wij-vorm verleden tijd ook een v of z. In de ik-vorm en hij-vorm eindigt het werkwoord op een f of s. Dus ik/hij schreef en wij schreven. Ik/hij koos en wij kiezen.
Oefening
Schrijf een verhaal in de verleden tijd en voer onderstaande oefening uit.
https://www.juf-milou.nl/index.php?g=Groep%207&m=Werkbladmakers&op=Werkwoordspelling
Instructievideo