-
Taal
-
Spelling
-
Rekenen
-
Technisch lezen
-
Begrijpend lezen
-
Wereldoriƫntatie
-
Beweging
-
Digitale vaardigheden
-
Creatief
Werkwoordspelling verleden tijd
Korte uitleg en toelichting op het doel
In deze les leer je zelfde-klank werkwoorden (= zwakke werkwoorden) in de verleden tijd correct schrijven.
Succescriteria
Ik kan zelfde-klank werkwoorden (zwakke werkwoorden) in de verleden tijd correct schrijven.
Instructie
Wanneer je een werkwoord (persoonsvorm) in de verleden tijd gaat schrijven volg je de volgende stappen:
1. Wat is de stam (ik-vorm) van het werkwoord.
2. Wat is de laatste letter van de stam?
3. Zit de laatste letter van de stam in ‘t kofschip x?
–> Ja, dan:
ik-vorm: stam + te
hij-vorm: stam + te
wij-vorm: stam + ten
–> Nee, dan:
ik-vorm: stam +de
hij-vorm: stam +de
wij-vorm: stam +den
Let op:
– Bij woorden zoals proeven, eindigt de stam van het werkwoord op een f. Omdat de v veranderd is in een f, kijk je of de v in ‘t kofschip x zit. Dat zit hij niet dus dan doe je stam +de(n).
– Bij woorden zoals reizen eindigt de stam van het werkwoord op een s. Omdat de z veranderd is in een s, kijk je of de z in ‘t kofschip x zit. Dat zit hij niet dus dan doe je stam +de(n).
– Bij woorden zoals raden, eindigt de stam van het werkwoord op een d. De d zit niet in ‘t kofschip x, dus je doet stam +de(n). Je krijgt dan twee d’s achter elkaar.
– Bij woorden zoals wachten, eindigt de stam van het werkwoord op een t. De t zit wel in ‘t kofschip x, dus je doet stam +te(n). Je krijgt dan twee t’s achter elkaar.
Oefening
Schrijf een verhaal in de verleden tijd.
En maak ook de oefening hieronder:
https://www.juf-milou.nl/index.php?g=Groep%207&m=Werkbladmakers&op=Werkwoordspelling
Instructiefilm